Sinds corona starten we onze eredienst op zondag in het liturgisch centrum. De ambtsdragers, predikant, kerkenraadsleden en ook de cantor zitten voor in de kerk terwijl Gerard met een passend muziekstuk de aanloop naar de dienst verzorgd. De gemeente gaat staan en met een gebed of stilte opent de ouderling de kerkdienst. Persoonlijk mis ik wel een beetje de cortège, de ouderwetse intrede zeg maar.
Onze kerk heeft een consistorieruimte. Het Latijnse woord “Consistorium” betekent vergaderplaats. Daarvoor is onze consistorieruimte veel te klein.

Voor corona kwamen de ambtsdragers bij aanvang van de dienst samen in de consistorieruimte. Ook de organist was daarbij en zo ontstond automatisch een moment van serene stilte. Daarna kwam het gezelschap vanuit de consistorieruimte in rij naar het liturgisch centrum. Een natuurlijk markeermoment voor het begin van de dienst. De gemeente wacht in stilte op de start van het samenzijn.

De consistorieruimte was meteen de kleedkamer voor de predikant. De plek waar hij/zij de toga aan kan doen. Wie ooit in onze consistoriekamer is geweest kan zich afvragen of je dat de predikant en andere ambtsdragers aan wil doen, zeker in een vergrijzende gemeente.
Een steile en nauwe trap met weinig steun geeft toegang tot deze bijzondere ruimte, namelijk de toren.

Een ruimte die je eigenlijk wekelijks schoon zou moeten maken. De toren is namelijk ook de verblijfsplaats voor veel gevleugelde vrienden en ook het nodige gruis bereikt de consistorievloer. Met een toga de nauwe trap af is ook geen sinecure. Maar de predikant laten omkleden in het gangpad is misschien ook niet wat je wilt.

Een ruimte creëren analoog aan de zit-/werkplaats van de koster aan de andere kant van het gangpad zou een oplossing kunnen zijn. Het geeft meteen wat ruimte voor de spullen die nu voor verrommeling van de achterbanken zorgen. Maar onze mooie middeleeuwse kerk is een rijksmonument, dus dat wordt een langdurig en lastig traject.
De kerkrentmeesters laten vast weten hoe een en ander in de toekomst vorm krijgt.

Henk Heidekamp